Geenergie-Tamagotchi – omgaan met geenergie

6 nov

Met uitzondering van een handje vol mensen, zien de mensen om ons heen mijn vermoeidheid (grotendeels) niet. Dit komt doordat de adrenaline mijn vermoeidheid vaak overstemd. De volledige vermoeidheid komt pas na een half uur rust los. Daarnaast is het moeilijk aan andere mensen te laten zien hoe je je soms werkelijk voelt. Ik wil niet zwak zijn of dat anderen het gevoel zouden kunnen krijgen dat ik het niet gezellig vind, want ik geniet intens van mijn sociale activiteiten.

Zo lang als ik me kan herinneren, ook voor de kanker-uitdaging, moet ik slim en verstandig omgaan met mijn energie die minder is dan de meeste mensen om mij heen. Maar sinds de chemo- en hormoontherapie is mijn energie drastisch verminderd, waardoor ik hier nog slimmer en beter mee moet omgaan. Dat is niet altijd even leuk en gemakkelijk, zie ook de vorige blog “Rustig aan doen voor gevorderden”. Maar gaande weg leer je wel steeds meer tips & trucs hiervoor. In deze blog zal ik daar verder op in gaan. Er staan meerdere links naar eerdere blogs om te veel herhaling te voorkomen.

De grootste stap voorwaarts in het omgaan met mijn geenergie was afgelopen zomer. Wanneer ik voorheen uitgeput was, nam de vermoeidheid het volledig van me over. Of beter gezegd; liet ik het de vermoeidheid toe volledig bezit van me te nemen. Bij uitputtende vermoeidheid kan ik weinig tot niets meer ondernemen, waardoor het beste lijkt knock-out op de bank neer te strijken en te wachten tot mijn energie zich herstelt. Hierdoor bracht ik op zo’n moment 95% van de dag door op de bank of in bed. Dit duurde net zo lang, een (halve) dag tot een paar dagen, tot dat mijn energie weer wat herstelde en er weer langzaam activiteiten opgebouwd konden worden.

Ik heb veel gestunteld met deze vermoeidheid. Los dat het niet leuk is en niet wat je wilt, is die uitputtende en overheersende vermoeidheid zwaar. In de periode voor dat ik deze vermoeidheid leerde accepteren, ben ik informatie gaan lezen over (chronische) vermoeidheid en hoe hier mee om te gaan. Daarnaast ben ik ook gaan lezen hoe mensen, met bijvoorbeeld autisme en intense hooggevoeligheid, omgaan met hun overprikkeldheid.

Zo las ik dat bij het leren omgaan met chronische vermoeidheid, cognitieve therapie wordt gebruikt. Hier ging er een lampje bij me branden. Vorig jaar kon ik bij de depressie, een biochemische reactie op de hormoontherapie, geen reguliere antidepressiva gebruiken en ben ik samen met mijn psycholoog de depressie met cognitieve therapie te lijf gegaan. Dit proces duurt langer, maar hier heb ik tot de dag van vandaag nog steeds profijt van. Dus ik heb de aantekeningen van die gesprekken er weer bij gepakt. Ik las o.a. terug: “Ik ben dit niet. Ik ben niet de depressie. De depressie probeert bezit van me te nemen, waardoor ik alles door een grote depressie-mistwolk beleef.” Deze uitspraak kan ook op de vermoeidheid toegepast worden. “Ik ben dit niet. Ik ben niet de vermoeidheid. De vermoeidheid probeert bezit van me te nemen, waardoor ik alles door een grote vermoeidheids-mistwolk beleef.” Het is wel een iets ander verhaal, want bij de depressie als bijwerking op de hormoontherapie is je hele hormoonsysteem van slag. Maar de uitvoering van de cognitieve therapie is wel grotendeels gelijkwaardig toe te passen.

Sinds deze vergelijking en de acceptatie van de situatie kan ik beter met de vermoeidheid omgaan. Waar ik eerder de vermoeidheid het van me liet overnemen als ik geen puf meer over had, pak ik nu de controle terug rekening houdende met mijn vermoeidheid. Soms sleur ik mijn prikkelvermoeidheid mee, omdat ik zelfstandig nog veilig thuis moet komen of in mijn enthousiasme of eigenwijsheid als ik ergens mee bezig ben. Daarnaast geef ik het alle ruimte die het nodig heeft om te kunnen ontprikkelen en opladen. Hieronder zal ik proberen uit te leggen hoe ik dat doe.

Wat belangrijk is om eerst aan te geven is dat waar ik over geenergie spreek, ik het heb over mijn mentale vermoeidheid. Het beperkte aantal prikkels dat ik kan verwerken. Mijn fysieke/ lichamelijke energie danwel vermoeidheid is over het algemeen goed. Met alle sportschool bezoeken ben ik sterker dan ik ooit geweest ben en mijn lichamelijke uithoudingsvermogen is, als mijn astma het toelaat, redelijk goed.

 

Activering, Socialiseren, Structurering & Plannen

De blog “Missie “Controle gemoedstoestand terug” = geslaagd!” beschrijft hoe mijn psycholoog mij vorig jaar door middel van cognitieve gedragstherapie heeft geleerd weer baas in eigen hoofd te worden. Deze therapie bestond uit een viertal basisstappen: Activering, Socialiseren, Structurering & Plannen. Nu ben ik zelfstandig deze aangeleerde methode gaan gebruiken in het leren omgaan met mijn geenergie.

Stap 1: Activering   Na een tijdje ben ik gestopt met het maken van dagplanningen, ik was het zat steeds de activiteiten uit te schrijven die dagelijks of regelmatig terugkwamen. En mijn afkortingen werkten niet goed. Maar al snel merkte ik dat ik het maken van dag- en weekplanningen wel nodig had om mijn energie te verdelen en actief te blijven. Tijdens mijn informatie zoektocht ontdekte ik dat er bij autisme soms planborden worden gebruikt met magnetische icoontjes. Mijn plan- & organisatiehart ging er gewoon harder van kloppen. De standaard te kopen picto-borden waren niet geschikt voor me, dus ben ik zelf aan de slag gegaan. Op de Belgische website Scelera vond ik gratis ontelbare pictogrammen. En met een bijbehorende gratis computersoftware kon ik deze pictogrammen selecteren, naar wens aanpassen en printen. De prints heb ik geplastificeerd, uitgeknipt en met magnetische plakband beplakt. Op een groot magnetische whiteboard heb ik een week- en dagplanning gemaakt en ben ik met de icoontjes weer mijn dagindeling gaan maken. Ik gebruik dit planbord nu bijna een jaar en ben sinds kort gelukkig met mijn versie 2.0, zie foto. Soms ben ik het planbord weer even zat en plan ik een dag of meerdere niet. Maar telkens pak ik het toch weer op, omdat het me grip en overzicht geeft. Daarnaast zorg ik er nog steeds voor dat mijn weekplanning verschillende soorten activiteiten bevat. Over een week gezien minimaal: Bewegen, Sociale activiteit(en), Leuke dingen doen/ Ontspannen, Huishoudelijke taken, Verplichtingen verdelen en Rusten.

Stap 2: Socialiseren   Ik zorg ervoor dat ik mijn sociale contacten onderhoud en voldoende sociale activiteiten onderneem. Wel zorg ik er voor dat mijn sociale activiteiten niet te intensief voor me zijn en in balans zijn met mijn andere activiteiten. Eén op één afspraken kan ik goed aan, maar moet ik niet meer dan 2 keer per week willen. Een sociale activiteit met 2 of meer personen geeft me veel meer prikkels dan ik verwerken kan. Dus dat doe ik niet vaak en plan ik verder vooruit om in mijn activiteiten en weekplanning rekening te kunnen houden met de extra te verwerken prikkels.

Stap 3: Structurering   Omdat ik geen vaste dagactiviteiten heb, zoals bijvoorbeeld werk of studie, moet ik zelf voor een dag en week structuur zorgen. Gelukkig kan ik grotendeels op Toad zijn ritme meeliften die 40 uur per week werkt. Op tijd opstaan doe ik op de doordeweekse bijna de gehele periode dat ik nu thuis zit, alweer bijna drie jaar. Uitslapen klinkt heerlijk en dat is het ook, maar alleen als het uitzonderlijk is. Elke dag uitslapen wordt saai en zelfs vermoeiend. Wel blijf ik op dagen dat het minder gaat soms een uurtje, of 2, langer liggen. Eten en rusten doe ik op vaste tijden, sporten, wandelen met mijn buurvrouw en mijn 2 uur vrijwilligerswerk in de thuisadministratie doe ik zo veel mogelijk op vaste dagdelen. De huishoudelijke taken, zoals wassen, doe ik niet meer op vaste dagen, maar plan ik in op mijn weekplanning.

Mijn actielijst van wat ik allemaal moet dan wel wil doen heb ik ingedeeld op energiegebruik: simpel, normaal en intensief. Op deze manier is er altijd iets wat ik kan doen, hoe moe ik ook ben. Languit rustend op de bank kan ik, als ik niet te overprikkeld ben, best een filmpje voor een blog zoeken, een nieuwe keukenmachine of duurzame bakspullen uitzoeken, enz. Gaat niet snel en ook niet altijd even goed, maar dan heb ik tenminste wel iets gedaan dan wel geprobeerd te doen.

Stap 4: Planning   Om meer grip te krijgen op mijn (ge)energie kijk ik 2 weken vooruit in mijn agenda of er voldoende balans zit in de geplande activiteiten. Waar moet ik gaan strepen, verzetten, aanpassen of kan er wellicht nog iets bij. Om de balans in mijn (ge)energie te behouden moet ik mijn sociale activiteiten vaak (ver) vooruit plannen. Dit vind ik moeilijk, want ik wil zo veel en vind zoveel leuk. Als iemand iets leuks voorstelt te gaan doen is, het niet leuk aan te moeten geven dat het pas over 2 maanden of nog later kan. Soms lopen de maanden snel vol. Toad en ik kopen elk jaar kaarten voor verschillende stadschouwburg voorstellingen. Daarnaast is Papa-Toad actief op toneel, waar we ook graag naar toe gaan. Deze activiteiten staan ver vooruit gepland in onze agenda. Nu in de maanden oktober t/m december hebben we meerdere leuke en mooie voorstellingen staan. Iets waar we naar uit kijken en van genieten. Maar voor het maken van afspraken is dit niet zo handig, omdat je dan al snel niet alleen de dag zelf maar vaak ook de hele week moet overslaan. Wat dan wel weer een beetje ruimte maakt is dingen combineren. Met een vriendin gaan wandelen bevat voor mij drie verschillende dingen: beweging, buitenlucht en gezellig kletsen.

Als de dingen anders verlopen dan gepland, kan ik daar veelal goed mee om gaan. Maar soms kan het mijn planning behoorlijk in de war schoppen. Afgelopen zomer heb ik aan de voorkant van het huis de buitenkozijnen opgeknapt. Ik had dan in mijn weekplanning voor de woensdagochtend hier 2 tot 2,5 uur voor gereserveerd en voor de rest van de dag voor het bijkomen ontspanning. Als ik die ochtend niet voldoende energie had of het weer het niet toe liet, schuift deze activiteit zo een hele week, of soms langer, op. Want in mijn weekplanning houdt ik rekening met de intensiteit van een activiteit. Klussen is voor intensief, dus dat kan ik niet zo even op een andere dag inplannen of er bij doen. Dat moet geheel opnieuw ingepland worden of bij de volgende geplande dag verder gedaan worden. Als dat een keer gebeurd is dat niet zo erg. Maar wanneer het 3 à 4 keer niet lukt, strijkt de tijd snel voorbij. Dit heb ik lang moeilijk gevonden, maar merk dat ik hier nu beter aan toe kan geven en rekening mee kan houden wat ik wil en inplan. Mijn verwachtingen zijn de afgelopen maanden behoorlijk bijgesteld … confronterend, niet leuk, maar wel rustgevend.

Tip: Belonen   Wat mijn psycholoog belangrijk vind is jezelf te belonen voor je inzet. Niet alleen als iets goed gaat, maar ook als het minder goed of geheel niet gaat. Je hebt je best gedaan en dat is een beloning waard. Even lekker languit op de bank een aflevering van een serie kijken, tijdschrift lezen, lekkere lunch, in bad of wat dan ook. Dit is een mooie onderbreking en wellicht ook een moment om te bekijken wat goed gaat dan wel wat beter kan.

Tip: Volgorde omdraaien   Soms probeerde ik, toen ik mijn depressie aan het inperken was, van alles maar lukte me het maar niet actief te worden of op te starten. Zo had ik met name na het opstaan en na mijn middagrust moeite op te starten. Mijn psycholoog kwam toen met de tip mijn standaard ritueel dan wel volgorde te veranderen. Eerst aankleden en dan ontbijten i.p.v. andersom, ’s middags op de bank rusten i.p.v. op bed en daarna direct het avondeten voorbereiden omdat ik daar rond etenstijd echt geen puf meer voor had/heb. Het lijken simpele dingen, maar deze tips werk(t)en voor me.

 

Rust

Om alle prikkels goed te kunnen verwerken moet ik tijdig en voldoende rusten. Eerst ging ik aan het begin van elke middag een uur naar bed. Alleen dan kon ik volledig ontspannen en goed uitrusten. Dit werkte goed voor de middag, maar na 16:30 uur ging het al snel weer bergafwaarts met mijn energie. Tegenwoordig rust ik 2 keer per dag 25 minuten. De eerste keer ergens tussen 12 en 14 uur en de tweede keer tussen 16:30 en 17:30. Ik rust niet meer op bed om het verschil tussen dag en nacht er in te houden. Soms is het soezen en doezelen, soms dagdromen, soms een krachtslaapje en soms ben ik 25 minuten lang onrustig en maken mijn hersenen overuren prikkels te verwerken of mijn actielijst te doorlopen. Veelal is deze 2x 25 minuten voldoende, soms heb ik wat minder nodig en soms juist weer meer.

’s Nachts goed slapen is belangrijk om je goed en energiek te voelen en om prikkels te verwerken. Maar helaas lukt het me vaak niet goed in slaap te komen. Zeker na intensieve, drukke en sociale activiteiten ben ik te overprikkeld om te slapen. Tegenwoordig luister ik bijna standaard in bed voor het slapen een half uur naar de podcast “Met oog op morgen”. Om mijn aandacht te verleggen en uit mijn prikkel looping te stappen en te kunnen slapen. Dit werkt niet altijd. Maar iedereen heeft wel eens last dat hij niet makkelijk in slaap valt. Ik misschien iets vaker, maar ik ben al blij wanneer ik 3 van de 7 nachten niet langer dan een uur wakker lig.

Mensen opperen wel eens dat het beter voor mijn nachtrust zou zijn geen middagrust te nemen. Maar dan functioneer ik niet meer goed rond een uur of 2-3. Los dat ik mijn prikkels dan niet tijdig kan verwerken, wordt ik ook lichamelijk moe. Ik kan slechter nadenken, minder goed uit mijn woorden komen, mijn coördinatie in handelingen wordt slechter en ongecontroleerd, dingen lukken niet en mijn IQ holt achteruit. Ik kan dan nauwelijks een keer voor Toad koken, ’s middags afspraken in plannen of ’s avonds een filmpje met toad op de bank kijken. De 2x middagrust heb ik nodig om de hele dag een beetje te kunnen functioneren.

 

Prikkelbeperking

Een manier om de geenergie te beperken is voorkomen dat er teveel aan prikkels bij me binnenkomen. Dit kan bijvoorbeeld met oordoppen tegen geluiden en als ik al overprikkeld ben een zonnebril tegen fel licht. Niet alleen voor fel zonlicht, maar ook fel licht in bijvoorbeeld een supermarkt als dat nodig is.

Bij de keuze of een bepaalde (sociale) activiteit wel of niet kan bekijken we of ik dat wat betreft de te verwachten prikkels aan kan of dat er wellicht betere opties zijn. Sommige activiteiten vallen bij voorbaat af. Reizen kost energie, dus ik zal vaak niet ver reizen. Carpoolen is voor mij geen optie, omdat dat te druk voor me is en ik daarnaast niet op mijn eigen tijd naar huis kan. En als we ergens zijn bekijk ik altijd eerst wat de prikkelarmste plek is en of de muziek wellicht uit of zachter kan. Dit soort dingen vind ik niet altijd even makkelijk. Maar gaandeweg merk ik dat deze keuzes me helpen en ervoor zorgen dat mijn (ge)energie beter in balans blijft.

Daarnaast is het belangrijk dat wanneer ik wel overprikkeld ben geraakt, zo snel mogelijk zoveel mogelijk prikkels kwijt te raken. Als het me lukt en het niet al te laat is ga ik een ontprikkelwandeling maken. In gedachten loop ik dan in een soort van film één of meerdere keren de intense/ drukke activiteit(en) door. Lukt een wandeling niet dan komt deze gedachten film op de bank of in bed aan me voorbij. Daarna is het belangrijk juist mijn gedachten op iets anders te vestigen. Als het bedtijd is luister ik naar de podcast “Met het ook op morgen” en anders doe ik een gedachtenloos simpel spelletje op de ipad of kijk ik een simpele serie zoals “Heel Holland bakt” of een langzame, niet te spannende, Britse detective. Vaak heb ik op deze momenten ook thuis mijn oordoppen in om zo min mogelijk prikkels te krijgen, want een kleine prikkel kan me op zo’n moment helaas al te veel worden.

 

Vast opbouw ritueel

Wanneer mijn (ge)eenergie een paar dagen totale rust nodig heeft om terug in balans te komen, breng ik de grootste gedeelte van de dag op de bank en in bed door. Zodra ik merk dat er weer wat vooruitgang in zit volg ik tegenwoordig een vast stappenplan om mijn activiteiten weer op te pakken. Het is een soort ritueel wat ik al sinds de chemoperiode me eigen heb gemaakt. In die periode moest er in 18 weken tijd 6 keer hersteld worden van een chemo. Toen ik daarvoor een vast stappenplan ging gebruiken kon ik makkelijker dingen gaan oppakken en mijn vooruitgang bepalen.

Zo’n eerste dag vind ik vaak verschrikkelijk en is het letterlijk de dag doorkomen. Ik begin steeds beter te leren op de piek van de geenergie niet te veel te willen en toe te geven aan de intense vermoeidheid. De vaatwasser uitpakken, de kamer vegen en de planten water geven probeer ik altijd te doen. Zodra ik me weer wat stabieler ga voelen, begin ik met het oppakken van andere simpele en overzichtelijk huishoudelijke taken. Opruimen, de was draaien, ophangen en opvouwen, iets waar ik gek genoeg heel rustig van kan worden. Het is wel van belang deze activiteiten volgens een vaste volgorde te doen. Doe ik dat niet dan raak ik door de vermoeidheid van slag en weet ik niet meer wat ik moet doen. Zodra dat lukt ga ik mijn planbord en agenda weer up to date maken, weer wat (langer) wandelen, mijn sporten oppakken en boodschappen doen. Gaat dat goed worden de sociale activiteiten weer opgepakt. Voor de afspraken die ik heb moeten afzeggen zoek ik nieuwe data. En zo breid ik mijn activiteiten steeds verder uit.

 

Kaizen

Aan het einde in de blog geenergie beschrijf ik de Kaizen-methode en dat dit mij enorm heeft geholpen in het omgaan van mijn geenergie. Dingen stapje voor stapje doen, niet te snel of veel willen en al helemaal niet meerdere dingen tegelijk willen. Op deze manier is het me afgelopen twee zomers zelfs gelukt buiten de beneden kozijnen te verven. Een aantal weken achter elkaar ben ik bijna elke woensdagmorgen 2 tot 2,5 uur bezig geweest met het opknappen van deze kozijnen, om daarna de rest van de dag volledig te ontspannen om weer bij te komen. Vorig jaar de kozijnen achter, dit jaar de kozijnen voor. In deze 2,5 uur neem ik minimaal twee keer 15 tot 30 minuten rust. Dus effectief heb ik dan zo’n 1,5 tot 2 uur wat kunnen doen. Soms moet ik mijn geenergie even onder de arm nemen en iets langer doorgaan om bijvoorbeeld ook het laatste stukje af te kunnen maken. Dat doe ik dan op adrenaline. Iets waar ik daarna een intensere geenergie voor terug krijg en langere bijkom tijd voor moet inlassen. Maar dan is het maar weer gedaan. Buren vroegen me wel eens waarom Toad het niet deed. Maar die lieverd werkt al 40 uur en moet vaak na zijn werk ook nog (helpen) koken. Daarnaast, ik kan het best zelf! Alleen niet op de snelheid dat een ander dat zou kunnen doen.  Het is niet veel en ook niet snel, maar na heel wat weken is het wel gelukt. En kunnen we genieten van opgeknapte buitenkozijnen die al 5 jaar op de planning stonden.

 

Sport & Beweging

Ik probeer in een week 2 keer per week naar de sportschool te gaan en 3 à 4 keer te wandelen. Los dat het bewegen en sporten goed voor mijn uithoudingsvermogen en spierkracht is, zorgt het ook voor het verwerken van prikkels. Daarnaast word ik onrustig als ik niet of te weinig beweeg. Maar als ik te veel last van mijn geenergie heb is het wel een uitdaging. Mijn fysieke gestel heeft dan af en toe wel beweging nodig, maar wanneer er te veel of te lang door gedaan wordt en er ook fysieke vermoeidheid bij komt, dan versterken de twee verschillende vermoeidheden elkaar. Op zo’n moment worden mijn spierkracht en coördinatie verminderd, wordt ik stuurloos, slap, ongecontroleerd, onhandig en ga zo maar door wordt. De afstemming wanneer ik net voldoende fysiek actief ben geweest of net te veel heb gedaan is nog niet altijd even duidelijk. Maar dat zal hopelijk nog komen.

Het sporten en wandelen gaat niet altijd zoals gewenst en ik sla ook regelmatig wel eens over. Deze vrijheid heb ik nodig om mijn (ge)energie in balans te houden. Maar ik zorg er altijd wel voor dat ik niet langer dan een week verzuim. Ook als ik me dan nog niet lekker voel, ga ik een klein rondje wandelen. Elke minuut is meer dan geen. Soms kan ik het niet goed opbrengen naar de sportschool te gaan, maar ben ik ergens van mening dat ik wel zou moeten gaan. Ik pak dan de kaizen-methode er bij. Eerst omkleden, dan in de auto naar de sportschool, beginnen met infietsen en daarna per oefening bekijken of het me lukt of niet. Oefeningen kunnen worden overgeslagen en/of het aantal kilo of weerstand kan worden gehalveerd. Soms stop ik halverwege, soms merk ik na 2 minuten infietsen al dat het vandaag niet gaat worden en soms lukt het me het hele programma minder intensief op een slakkengang af te ronden. Een keer liep ik de sportschool binnen en dacht “Nee, dit gaat hem niet worden vandaag.” en heb ik me omgedraaid en weer naar huis gereden. Een andere keer was ik tijdens het infietsen aan het doorploegen en heeft een instructeur me naar huis gestuurd. Volgende keer beter.

 

Ontspanning & Vrije tijd

Eén van mijn valkuilen is dat wanneer ik ergens mee bezig ben ik nauwelijks opmerk dat ik moe ben, laat staan dat ik daar op zo’n moment naar handel. Daarom zet ik regelmatig elke 30 tot 45 minuten een timer om even te ontspannen en uit mijn activiteit te stappen. Daarnaast wil ik graag met mijn beschikbare energie zoveel mogelijk doen en ondernemen. Mijn actielijst afwerken, sociale activiteiten, sporten en bewegen, enz. Maar mijn psycholoog heeft me opgedragen mijn beschikbare energie ook te gebruiken voor ontspanning, aanklooi tijd en leuke dingen. Het voelt voor mij tegenstrijdig af en toe niet productief te zijn als ik me energieker voel. Maar mijn psychloog heeft me op mijn hart gedrukt dat dit belangrijk is voor een evenwichtige energiebalans en gemoedstoestand. Niet alleen dingen doen die moeten met je beschikbare energie, maar zeker ook leuke dingen. Of gewoon even lekker niets doen. Niets doen of aanklooien met energie is anders dan wanneer je last van geenergie of vermoeidheid hebt. Dit ben ik gaande weg ook wel gaan ervaren.

 

Met deze tips & trucs lukt het me steeds beter met mijn (ge)energie om te gaan. Waar eerder bij intense vermoeidheid ik 95% van de dag op bed of bank doorbracht is dat nu 85%. Dit lijkt misschien maar een kleine verbetering voor een ander, maar voor mij is en voelt dit groots. Kennelijk kan ik dus toch enige  invloed op mijn vermoeidheid uitoefenen. Met name op de omgang hierin en hiermee. We hebben een prikbord waar ik spreuken verzamel. Twee daarvan passen goed in deze zoek- & leertocht: “Ik ben niet lui, ik sta in de energiebespaaringsmodus.” & “Ware rust zit niet in de afwezigheid van beweging, maar evenwicht in bewegingen.

Soms zeg ik letterlijk stop tegen mezelf en dat ik, Knor, het weer ga overnemen. Ja ik ben moe, maar ik moet nog veilig naar huis rijden. Nu rustig naar huis rijden, thuis spullen opbergen anders loop ik daar later weer tegen aan, en daarna kopje thee drinken om de tijd te nemen een schatting te maken hoe lang ik rustig aan moet doen en wat ik daarbij wel en niet kan. Moet ik langer rusten dan de standaard 25 minuten en/of vaker? Kan ik daarna wellicht nog wat doen van mijn simpele actielijst of huishoudelijke taak van het planbord of moet ik volledige rust pakken en languit op de bank. En ga ik dan na 1 uur al kijken of ik iets huishoudelijks of van mijn simpele lijst kan doen of pas na 2 uur of later of deze keer even niet.

Hoe ik nu met mijn vermoeidheid om ga is het beste uit te leggen in vergelijk met een digitaal speeltje uit de jaren ’90; de Tamagotchi. Ik heb er zelf nooit één gehad, maar het was een klein computertje met een virtueel huisdiertje die je op tijd voeding, slaap en aandacht moest geven om het in leven te houden. Deed je dat niet goed dan ging het beestje dood en moest je opnieuw beginnen. Hoe goed het met de honger, slaap en tekort aan aandacht van je Tamagotchi ging, kon je zien aan de percentage per onderdeel.  Zo doe ik dat nu met mijn geenergie, mijn mentale vermoeidheid. De geenergie is mijn Tamagotchi. Ik geef het tijd, rust, liefde en aandacht om het in balans te houden. Soms krijgt het de tijd om goed bij te komen en soms moet mijn Geenergie-Tamagotchi nog even mee op sleeptouw om een activiteit te kunnen ondernemen danwel afronden, waarna ik het extra goed verzorg en tijd, rust, liefde en aandacht geef. Niet door 95% van de tijd op de bank of in bed door te brengen. Maar af en toe iets kleins tussendoor te doen om wel in beweging en in control te blijven. Even de bezem door de kamer, de vaatwasser uitruimen, de was doen of een rondje lopen als het weer wat beter gaat. Gaat het goed, kan ik de volgende keer iets intensiever gaan doen. Gaat het niet zoals gehoopt, dan is het maar even zoals het is en gun ik mijn Geenergie-Tamagotchi nog wat meer rust. Maar ook mijn Fysieke-Tamagotchi moet ik onderhouden. Die wil bewegen en sporten. En mijn persoonlijke Knor-Tamagotchi wil van alles ondernemen en doen. Het is de kunst en noodzaak goed voor alle drie te zorgen en de juiste balans te zoeken tussen deze drie verschillende Tamagotchi’s.  Soms sleep ik mezelf mee, soms mijn geenergie en soms mijn lichaam. Maar ik, Knor, bepaal.

Het maakt me mentaal krachtiger, mijn fysieke gestel sterker en mijn (ge)energie meer in balans. Natuurlijk gaat het niet altijd even makkelijk en/of goed, maar ook dat hoort bij dit proces.

Liefs Knor ♥ Toad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *