Aan de andere kant van de uitkerings-tafel

11 jan

Als iemand me aan het begin van deze kanker-uitdaging had verteld dat ik na twee jaar nog niet aan het werk zou zijn, zou ik die gene niet hebben geloofd. Ik was er van overtuigd snel na de chemotherapie weer te kunnen re-integreren en maximaal één jaar volledig in de ziektewet te zitten.

Helaas moest gaande weg de ziektewet deze overtuiging steeds meer en meer bijgesteld worden. Na anderhalf jaar ziektewet kwam langzaamaan het besef dat aansluitend op de ziektewet er waarschijnlijk een arbeidsongeschiktheidsuitkering aangevraagd zou moeten worden. Dit was behoorlijk confronterend. Eerst zelf bij een uitkeringsinstelling werkzaam zijn en daar een tijd lang uitkeringsaanvragen beoordelen van anderen, nu plaats nemen aan de andere kant van deze tafel en zelf een uitkering aanvragen. Van boordeler naar aanvrager, een rare kanteling van rol. Om dit voor mezelf minder emotioneel en confronterend te maken ben ik het maar van de positiete kant gaan bekijken: het is een maatschappelijke stage te ervaren hoe het voelt de andere partij te zijn. We kunnen alleen maar hopen en dromen dat in de toekomst ik weer werkzaam mag zijn in deze branche en deze ervaring daarin kan meenemen.

Het scheelt dat de uitkeringswereld bekkend terrein is, waardoor de aanvraag voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering bij het UWV snel gedaan is. Na de digitale aanvraag komt er een uitnodiging bij een UWV verzekeringsarts die gaat beoordelen of je arbeidsongeschikt bent en zo ja in welke mate. In mijn werkende leven legde ik mensen wel eens uit hoe zo’n gesprek verloopt en wat ze van zo’n gesprek kunnen verwachten. Maar nu ik zelf naar een UWV verzekeringsarts moest, vond ik het toch wel een dingetje. Je wordt onzeker over je gezondheidssituatie. Zouden ze het wel goed inschatten? Je hoort soms van die onmogelijke verhalen. Omdat je nu niet de beslissende partij bent, sta je in een machteloze en afwachtende situatie. Het enige wat ik kon doen was me goed voorbereiden op het gesprek. Een overzicht van behandelingen en gebeurtenissen, een lijst met klachten, uitdagingen & beperkingen en een inzicht hoe mijn dagelijkse leven er uit ziet. Mama-Knor zou mee naar dit gesprek gaan om me bij te staan en te steunen. Tijdens telefonisch overleg met Mama-Knor om dit gesprek voor te bereiden, nam ik de lijst van klachten door en melde daar achteraan; “Eigenlijk valt het best wel mee”. Maar daar was Mama-Knor het absoluut niet mee eens. De voorbereiding gaf goed weer wat de situatie was. Kennelijk wen je aan al deze klachten en ga je het normaal en als standaard voor je zelf zien. Nu maar hopen dat de verzekeringsarts de situatie ook goed beoordeeld.

Gelukkig was de verzekeringsarts een ervaren, kundige en vriendelijke vrouw. Ze heeft me eerst mijn verhaal laten doen. Al snel in mijn verhaal kwamen de tranen en hield Mama-Knor het ook niet meer geheel droog. Gelukkig begreep deze verzekeringsarts direct hoe de situatie was, niet alleen hoe ze de dingen samenvatte maar ook de vragen die ze stelden. Dit begrip was zo fijn en geruststellend. Al in dit zelfde gesprek gaf de verzekeringsarts aan gezien mijn situatie er geen andere advies mogelijkheid was dan mij arbeidsongeschikt te verklaren voor 80-100%. De eerste reactie was opluchting. Maar daarna kwam het besef … arbeidsongeschikt … 80-100% … pfff … dat wil ik helemaal niet, ik wil werken … maar ik kan dit helaas met deze situatie niet. De verzekeringsarts omschreef dit mooi “Je wilt het niet, maar het is vandaag de dag wel de realiteit en daar moet je mee leren omgaan.”.

Toen de verzekeringsarts vertelde dat ik arbeidsongeschikt was, gaf dit letterlijk het gevoel of het vakje van ongeschikt werd ingekrast, net als bij de wervingsreclame van defensie …   Ik was gesloopt na dit gesprek. Er zou later ook een gesprek komen met een arbeidsdeskundige, dit is procedure. Maar de verzekeringsarts zou vragen of dit telefonisch zou kunnen omdat deze gesprekken me veel energie kosten. Binnen een paar dagen werd ik al gebeld door de arbeidsdeskundige en die was net zo ervaren, kundig en vriendelijk. Zij gaf aan dat de WIA-uitkering (arbeidsongeschiktheidsuitkering) toegekend zou worden vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Binnen een week had ik de toekenningsbrief in huis. Hoezo UWV is niet menselijk en kan niet snel? In mijn geval heb ik het zeer getroffen met twee zeer kundige, ervaren en vriendelijke medewerkers. En dat is zeker na de ervaring met het commerciële bureau dat mijn ziektewet uitvoerde een verademing.

Ondanks dat ik het verschrikkelijk vind nu in deze situatie te zitten en de stempel 80-100% arbeidsongeschikt van het UWV gekregen te hebben, kan ik dit gelukkig inmiddels wel in perspectief zien. Ik ben voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard voor het werk dat ik voor mijn ziekte uitvoerde. Daarnaast zijn er op dit moment geen mogelijkheden om anderszins mijn eigen inkomsten te kunnen verwerven. Toen ik het op deze manier bekeek gaf dit me meer rust, alleen door het anders te benoemen. Nu gaan we hopen dat er in de toekomst mogelijkheden komen weer betaald werk te kunnen verrichten, op welke manier dan ook. En daarna zien we wel weer verder.  Maar wat ben ik blij dat er in Nederland dit soort financiële vangnetten zijn. Voor nu is het helaas niet anders. Het is de realiteit van vandaag.

Na de toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering was er even tijd nodig deze situatie te aanvaarden. Daarnaast moet je natuurlijk geheel eigenwijs even extra checken of je echt wel arbeidsongeschikt bent, door onwijs veel activiteiten te gaan ondernemen en in te plannen. En zo kwam ik er al snel achter dat ook in een situatie van arbeidsongeschiktheid je burn-out zou kunnen raken. Gelukkig heb ik op tijd ingegrepen en half november mijn uren aan vrijwilligerswerk op de zorgboerderij teruggebracht van 4 naar 2 uur per week. Dit was geen makkelijke en leuke beslissing, maar gaf gelukkig wel weer rust in de tent.

Na aanvaarding van de situatie komt natuurlijk de periode dat je ergens de voordelen van gaat inzien. Op kosten en in de tijd van de ‘baas’ naar de sportschool en elke dag een middagdutje doen, wie kan dat nou? Wanneer Toad ’s ochtends naar zijn werk gaat zegt hij “Tot vanavond, ik ga geld verdienen.” Mijn antwoord is dan “Ik ook!” en draai me nog een keertje extra om. 😉 Dus eerlijk is eerlijk het heeft ondanks alle vervelende nadelen zeker ook een paar voordelen.

Maar het gras is niet altijd groener aan de andere kant. Meer dan eens wordt er wel eens tegen me gezegd hoe fijn het diegene lijkt geen werk te hebben en lekker de hele dag te kunnen doen en vooral ook laten wat je wilt. Lekker uitslapen, doen waar je zin in hebt en alle klussen in en om het huis aanpakken in een ritme waar je loom van wordt. Op zich snap ik deze opmerking wel, alleen heb ik er niet voor gekozen volledig thuis te zitten. Het is me overkomen en gezien de bijwerkingen van de hormoontherapie weten we niet hoe lang deze situatie aanhoudt. Om er voor te zorgen dat er wel wat dag en week ritme in zit, sta ik regelmatig om 7 uur (soms zelfs eerder) op. Niet vanwege een vroege afspraak, maar omdat dag in dag uit kunnen uitslapen heel saai en ook vermoeiend is. Te veel slapen veroorzaakt vermoeidheid, dus zorg ik ervoor dat op de werkdagen ik niet meer dan 8 uur per nacht slaap. Op de dagen dat het minder gaat blijf ik wel langer liggen en doe ik nog rustiger aan. Voor de dagen zelf heb ik ook een ritme aangeleerd. Vaste dagdelen voor vrijwilligerswerk, sporten, blogberichten schrijven, huishoudelijke activiteiten, buitenlucht opsnuiven met daarnaast op de dagen zelf vaste rust en eet momenten. Wanneer ik dit niet zou doen, zou er een sleur ontstaan, word je geleefd en zouden de depressie-hormonen waarschijnlijk weer terrein winnen. Door dit dag- en weekritme kan ik makkelijker mijn energie, activiteiten en rust verdelen in en in de gaten houden. Wanneer Toad op vrijdag van zijn werk thuis komt en “Weekend”  roept dan roep ik lekker met hem mee, want dan is het voor mij ook weekend en kan ik heerlijk 2 dagen uitslapen.

Als klein meisje wilde ik later zwemjuffrouw worden, maar dan wel in het warme bad. Als puber was deze droombaan beddentester. En bij dat laatste kom ik op dit moment eigenlijk best wel dicht in de buurt. Want naast dat ik onze eigen matrassen en bank dagelijks uitgebreid en vakkundig inspecteer, doe ik dat ook af en toe bij andere mensen als er echt even tussen de bedrijven door gerust en ontprikkeld moet worden. Ik vraag me alleen af of dit voor later ook op mijn CV gezet moet worden. Maar dat is iets voor later. Voor nu ga ik me eerst richten op mijn maatschappelijke stage “Aan de andere kant van de uitkeringstafel” en daar maar het beste van maken. Later is voor later. We leven in de realiteit van vandaag de dag.

Liefs Knor ♥ Toad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *